Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2019

Alinea 65 Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2019

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:990.

16. Voorts zij opgemerkt dat de stelling, waarop het middel is gebaseerd, te weten dat al hetgeen in de processen-verbaal van de terechtzittingen op 19, 21 en 22 september 2016 respectievelijk op 16, 19 en 20 februari 2018 is opgenomen, mede van toepassing is op het onderzoek op de terechtzitting in de onderhavige zaak, op een onjuiste lezing van dat proces-verbaal berust. Zoals de voorzitter blijkens de processen-verbaal op die terechtzittingen telkens terstond heeft meegedeeld, is de zaak van de verdachte gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld met de strafzaak tegen de medeverdachten. In plaats van telkens in elke zaak afzonderlijk een eigen proces-verbaal van de terechtzitting op te maken, is er (op praktische gronden, naar ik aanneem) voor gekozen om al hetgeen met betrekking tot die zaken op de terechtzitting is voorgevallen (zie art. 326, eerste en tweede lid, Sv) telkens in één proces-verbaal te vatten. Gezien de inhoud van het proces-verbaal is steeds nauwkeurig aangegeven wat in welke zaak heeft plaatsgevonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3a516fca425c65ea59a95cdf3e14f52dcd408ce40d12f0061572ca6e9c5783bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3a516fca425c65ea59a95cdf3e14f52dcd408ce40d12f0061572ca6e9c5783bf, en de alinea staat in dat document op bytes 26865 tot 27983.