Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2020

Onder 2.23 Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:10.

“Na verwijzing dient zo nodig te worden bepaald of, en zo ja in welke omvang, de stukken bestaan waarvan A. afschrift vordert. Indien en voor zover [de bank] het bestaan van die stukken ontkent, draagt A. in beginsel de bewijslast van zijn stelling van het tegendeel. Opmerking verdient nog dat de stukken waarvan afschrift is gevorderd ook na verwijzing van belang kunnen zijn voor het bewijs van de door A. gestelde en door [de bank] betwiste misstand, nu het hof aan beoordeling van dit geschilpunt niet is toegekomen.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bb638d36e81bc5e847076b732a8cf29d7c89a9643c83a5079ec0f2eeee4c6e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bb638d36e81bc5e847076b732a8cf29d7c89a9643c83a5079ec0f2eeee4c6e5, en de alinea staat in dat document op bytes 58004 tot 58544.