Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2020
Onder 2.24 Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:10.
Volgens annotator Jansen heeft de Hoge Raad de rechtsregel uit het arrest ISG c.s./Cornefruit c.s . dat art. 843a Rv steeds vereist dat het verzoek betrekking moet hebben op bepaalde, met name genoemde, bescheiden, verlaten. Z.i. brengt de bepaaldheidseis na het arrest Theodoor Gilissen Bankiers met zich dat het bestaan van de bescheiden in voldoende mate vaststaat en dat de bescheiden in de omstandigheden van het geval voldoende concreet (tenminste afgebakend naar onderwerp en betrokken personen) in de vordering worden aangeduid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bb638d36e81bc5e847076b732a8cf29d7c89a9643c83a5079ec0f2eeee4c6e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bb638d36e81bc5e847076b732a8cf29d7c89a9643c83a5079ec0f2eeee4c6e5, en de alinea staat in dat document op bytes 58894 tot 59543.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0bb638d36e81bc5e847076b732a8cf29d7c89a9643c83a5079ec0f2eeee4c6e5 | shasum -a 256