Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2020
Onder 2.34 Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:10.
“Als men dan bedenkt dat een waaier aan gevallen bestaat waarin deze bepaling een rol kan spelen, wordt de overzichtelijkheid en hanteerbaarheid van de casuïstiek niet gediend door het tot in detail ontwikkelen en uit rechtspraak destilleren van regels en subregels die nadere invulling geven aan elk van die ‘eisen’. Men kan deze ‘eisen’ dan ook beter beschouwen als – meer dan eens samenhangende – factoren bij de afweging op basis waarvan het antwoord moet worden gegeven op de vraag of de vordering tot exhibitie moet worden toegewezen, zoals ook andere factoren een rol kunnen spelen die – als verweren – in art. 843a lid 4 Rv staan. Men dient zich, kortom, los te maken van de geschiedenis en van de vorm waarin de wetgever de factoren heeft gegoten en als uitgangspunt te nemen dat bij de exhibitieplicht verschillende tegenstrijdige belangen kunnen spelen die een afweging vragen. De casuïstiek – op zijn gunstigst geordend in groepscasuïstiek – kan dan in het kader van gevalsvergelijking behulpzaam zijn bij de afweging.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bb638d36e81bc5e847076b732a8cf29d7c89a9643c83a5079ec0f2eeee4c6e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bb638d36e81bc5e847076b732a8cf29d7c89a9643c83a5079ec0f2eeee4c6e5, en de alinea staat in dat document op bytes 72818 tot 73954.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0bb638d36e81bc5e847076b732a8cf29d7c89a9643c83a5079ec0f2eeee4c6e5 | shasum -a 256