Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2020
Onder 2.54 Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:10.
In subonderdeel 2.1 wordt eerst betoogd dat in cassatie, ten minste veronderstellenderwijs , vaststaat dat (onderdelen van) de bescheiden waarvan Heraeus inzage vordert, bestaan en dat Biomet c.s., bij raadpleging van de grote hoeveelheid conservatoir beslagen data, zelf weten of daarin de bedrijfsgeheime informatie van Heraeus voorkomt. In hoeverre het hof dat weet, doet daarbij als zodanig niet terzake. Het subonderdeel klaagt vervolgens dat het hof heeft miskend dat van (groot) gewicht is of de partij die inzage vordert redelijkerwijs in staat is een zodanige nadere specificatie te geven dat de bescheiden waarvan inzage wordt gevorderd "bepaald" zijn. Daarbij geldt, evenals het geval is bij bewijslevering door middel van getuigen, dat de mate van specificatie die mag worden verlangd mede afhankelijk is van de vraag in hoeverre degene die inzage vordert, bekend is of kan zijn met bescheiden die in het domein van de wederpartij liggen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bb638d36e81bc5e847076b732a8cf29d7c89a9643c83a5079ec0f2eeee4c6e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bb638d36e81bc5e847076b732a8cf29d7c89a9643c83a5079ec0f2eeee4c6e5, en de alinea staat in dat document op bytes 99469 tot 100531.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0bb638d36e81bc5e847076b732a8cf29d7c89a9643c83a5079ec0f2eeee4c6e5 | shasum -a 256