Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2020
Onder 2.68 Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:10.
In subonderdeel 3.3 wordt geklaagd dat het oordeel van het hof in rov. 4.4 dat Heraeus haar inzagevordering nader had kunnen specificeren door concrete zoektermen te formuleren, miskent dat Heraeus daartoe niet gehouden was en Heraeus daarmee onnodig wordt beperkt. Bovendien kon het hof in rov. 4.5 niet (begrijpelijk) uit Heraeus' uitlatingen over de trefwoorden die zij ten behoeve van de selectie had kunnen opgeven, afleiden dat zij in staat is om alle relevante concrete zoektermen vast te stellen, die als hulpmiddel zouden kunnen dienen voor de vaststelling van de bescheiden waarin de door haar aangeduide onderwerpen niet alleen zijn "genoemd", maar ook die bescheiden waarin zij zijn "bedoeld" (cursivering advocaat). Het hof diende volgens het subonderdeel in elk geval, zeker nu Biomet c.s. in hun omvangrijke verweer bij memorie van antwoord nauwelijks een op het ontbreken van specifieke zoektermen gericht bepaaldheidsverweer hadden gevoerd, en de nadruk daarop bij appelpleidooi als een verassing kwam, Heraeus in de gelegenheid te stellen om de volgens het hof vereiste zoektermen al in het kort geding (en niet pas in de executiefase) op te stellen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0bb638d36e81bc5e847076b732a8cf29d7c89a9643c83a5079ec0f2eeee4c6e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0bb638d36e81bc5e847076b732a8cf29d7c89a9643c83a5079ec0f2eeee4c6e5, en de alinea staat in dat document op bytes 128754 tot 130069.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0bb638d36e81bc5e847076b732a8cf29d7c89a9643c83a5079ec0f2eeee4c6e5 | shasum -a 256