Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2020
Onder 3.21 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1012.
Kortom, de bestuurders die een beroep willen doen op de disculpatiemogelijkheid moeten zelf het nodige hebben gedaan om te voorkomen dat het kon komen tot bestuurlijk handelen dat als kennelijk onbehoorlijk moet worden gekwalificeerd. Gebrek aan betrokkenheid bij de financiële toestand verschaft hun op zichzelf geen alibi. In de behandeling van het wetsvoorstel in de Tweede Kamer heb ik het voorbeeld gegeven van een bestuurder die afwezig was bij de besluitvorming, ten gevolge waarvan hij geen enkele invloed heeft kunnen uitoefenen (Hand. T.K. blz. 6344). Maar ook in een dergelijk geval zal die bestuurder nog het nodige moeten doen om de gevolgen van de desastreuze besluitvorming af te wenden. Tegenover de mededelingen van de financieel directeur zal men redelijk kritisch moeten staan. Goedgelovigheid is geen kwaliteit van voor hun taak berekende bestuurders. Daarom lijkt mij dat een beroep op de disculpatiegronden slechts bij hoge uitzondering mogelijk moet zijn. In de schriftelijke stukken is het voorbeeld gegeven van de bestuurder die zich tegen bepaalde besluiten heeft verzet, maar wiens stem niet is gehoord.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3a21ca68606f72a1aed9cc5c12cb7c7a209f87999ec411a546590d00d17d41ae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3a21ca68606f72a1aed9cc5c12cb7c7a209f87999ec411a546590d00d17d41ae, en de alinea staat in dat document op bytes 177708 tot 178853.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3a21ca68606f72a1aed9cc5c12cb7c7a209f87999ec411a546590d00d17d41ae | shasum -a 256