Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 november 2020
Alinea 108 Parket bij de Hoge Raad 3 november 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 november 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1018.
25. Ik keer terug naar de onderhavige zaak. Als opgemerkt is de vordering van de benadeelde partij voor zover betrekking hebbende op het immateriële gedeelte namens de verdachte betwist. Het hof heeft niettemin de vordering tot vergoeding van (ook) de immateriële schade voor toewijzing vatbaar geacht. Daarbij heeft het hof overwogen dat het bedrag aan immateriële schade zal worden begroot naar maatstaven van billijkheid en dat “uit het onderzoek ter terechtzitting voldoende is gebleken” dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks immateriële schade heeft geleden in de zin van art. 6:106, eerste lid aanhef en onder b, BW. Niet heeft het hof met zoveel woorden vastgesteld dat sprake is van geestelijk letsel in de betekenis die de Hoge Raad daaraan in rov. 2.4.5 van zijn hierboven aangehaalde overzichtsarrest van HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793, NJ 2019/379, m.nt. Vellinga geeft. Ik ga er dan ook van uit dat het vizier van het hof bij zijn bestreden oordeel niet gericht stond op deze in rov. 2.4.5 eerst genoemde variant.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcf64decb642aa484c2b7d25e401aaa72eb32dc8152322343abae6dd022adc51. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcf64decb642aa484c2b7d25e401aaa72eb32dc8152322343abae6dd022adc51, en de alinea staat in dat document op bytes 43037 tot 44188.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcf64decb642aa484c2b7d25e401aaa72eb32dc8152322343abae6dd022adc51 | shasum -a 256