Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 november 2020

Alinea 110 Parket bij de Hoge Raad 3 november 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 november 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1018.

27. Ik meen dat deze vraag in bevestigende zin kan worden beantwoord. Het hof legt nadrukkelijk het bewezenverklaarde handelen van de verdachte aan zijn bestreden oordeel ten grondslag. De aard en de ernst van de normschending komen in de bewijsvoering tot uitdrukking. Een van de verdachten richtte een ‘shot gun’ op [benadeelde 1] , die vervolgens een klap in zijn nek kreeg en naar de grond werd gebracht, waarna zijn polsen, met zijn armen op de rug, met tie-wrap werden vastgemaakt, terwijl ook zijn enkels met ducttape aan elkaar werden gebonden. Terwijl hij op de grond lag werd een pistool tegen hem gehouden, het wapen in zijn mond geduwd, werd hij bij zijn penis gegrepen en werd gedreigd dat zijn penis er af werd gesneden. Hij zag met eigen ogen dat de mond van zijn vrouw, die op dat moment hoogzwanger was van hun eerste kind, met ducttape was dichtgeplakt en dat haar polsen vastzaten. Ook heeft het hof geoordeeld dat uit het onderzoek ter terechtzitting voldoende is gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde strafbare feit die schade heeft geleden, waarbij het heeft gewezen op de grote stress die [benadeelde 1] en zijn vrouw hebben ervaren, met name ook tijdens de twee laatste maanden van de zwangerschap, en de vele spanningen en onenigheid die daardoor tussen hen is ontstaan. Omdat het hof zo expliciet overweegt dat “uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken” etc., meen ik er hier op te mogen wijzen dat bij de in cassatie voorhanden stukken van het geding zich onder meer het “Verzoek tot schadevergoeding”, het “Schadeonderbouwingsformulier” van [benadeelde 1] , en de schriftelijke slachtofferverklaring van [benadeelde 1] bevinden, stukken die blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting van het hof aan de verdachte zijn voorgehouden. Ook blijkt uit dit proces-verbaal dat in aanwezigheid van de verdachte en zijn raadsman een medewerker van Slachtofferhulp Nederland is gehoord en dat deze onder meer over de gevolgen van het delict voor [benadeelde 1] (en zijn vrouw) heeft verklaard. In de zojuist genoemde stukken valt onder meer te lezen hoe beangstigend en bedreigend het incident voor [benadeelde 1] is geweest, dat hij dacht “dat hij het incident niet zou overleven op het moment dat een wapen in zijn mond werd gedaan en een wapen tegen zijn hoofd werd gezet” en dat hij zich op dat moment grote zorgen om zijn echtgenote en zijn ongeboren baby maakte en bang was dat hen iets aangedaan zou worden en dat door het incident veel spanningen in zijn huwelijk zijn ontstaan, terwijl zij voorheen vrijwel nooit ruzie hadden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcf64decb642aa484c2b7d25e401aaa72eb32dc8152322343abae6dd022adc51. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcf64decb642aa484c2b7d25e401aaa72eb32dc8152322343abae6dd022adc51, en de alinea staat in dat document op bytes 44496 tot 47167.