Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 november 2020

Alinea 111 Parket bij de Hoge Raad 3 november 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 november 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1018.

28. Gezien deze stukken heeft [benadeelde 1] het beroep op aantasting in zijn persoon als bedoeld in art. 6:106, eerste lid aanhef en onder b, BW met voldoende concrete gegevens onderbouwd. Daartegen is geen noemenswaardig (specifiek) verweer van de kant van de verdachte gevoerd en is in ieder geval de juistheid van de gestelde gevolgen niet betwist. Het hof kon derhalve uitgaan van de juistheid van die feiten (rov. 2.8.3 van het meergenoemde overzichtsarrest van de Hoge Raad; zie randnummer 17).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcf64decb642aa484c2b7d25e401aaa72eb32dc8152322343abae6dd022adc51. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcf64decb642aa484c2b7d25e401aaa72eb32dc8152322343abae6dd022adc51, en de alinea staat in dat document op bytes 47175 tot 47755.