Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 november 2020

Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 3 november 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 november 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1018.

3. Volgens de, op de gebezigde bewijsmiddelen berustende, vaststellingen van het hof gaat het om het volgende. De verdachte is veroordeeld wegens het samen met vier anderen – drie mannen en een vrouw – begaan van een woningoverval in [plaats] op 9 oktober 2014. Samen met de medeverdachten is de verdachte naar de woning van de slachtoffers (een man en zijn vrouw) gegaan, waar de manlijke verdachten met bivakmutsen naar binnen zijn gedrongen. Zij hebben het manlijke slachtoffer onder bedreiging met een shotgun op de grond geduwd en zijn handen en voeten vastgebonden met tie-wrap en ducttape. Toen de man op de grond lag, werd meerdere keren tegen hem geroepen: “Geld, goud! Waar is het?”. Daarnaast heeft hij een klap in zijn nek gekregen en een pistool in zijn mond, werd hij bij zijn penis gepakt en is gedreigd zijn penis eraf te snijden. De man zag dat ook bij zijn vrouw de handen en voeten waren vastgemaakt met tie-wrap en er duct-tape over haar mond was gedaan. De vrouw was op dat moment zeven maanden zwanger van hun eerste kind. De verdachte en zijn medeverdachten hebben de woning uiteindelijk verlaten met contant geld, telefoons met opladers en een horloge.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcf64decb642aa484c2b7d25e401aaa72eb32dc8152322343abae6dd022adc51. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcf64decb642aa484c2b7d25e401aaa72eb32dc8152322343abae6dd022adc51, en de alinea staat in dat document op bytes 6171 tot 7369.