Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 november 2020
Alinea 92 Parket bij de Hoge Raad 3 november 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 november 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1018.
21. Het (civiele) arrest van HR 9 juli 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO7721, NJ 2005/391, m.nt. Vranken (Groningse oudejaarsrellen) betrof een zaak waarin een echtpaar tijdens oudejaarsnacht een aantal uren in een zeer bedreigende situatie had verkeerd. Die nacht werd hun woning door een groep van 65 jongeren drie keer ernstig belaagd en werden daaraan door deze groep vernielingen aangebracht. Ondanks herhaalde verzoeken om hulp, bleef het echtpaar bijna vijf uur lang verstoken van bijstand en hulp van de politie. Het echtpaar, en zo ook hun zoon die op de bewuste avond niet thuis was, sprak de gemeente Groningen aan tot vergoeding van (onder meer) immateriële schade, en met succes. De gemeente Groningen tekende beroep in cassatie aan en kwam ook op tegen de toekenning van de immateriële schade. De overwegingen van de civiele kamer van de Hoge Raad luiden, voor zover hier van belang, als volgt:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcf64decb642aa484c2b7d25e401aaa72eb32dc8152322343abae6dd022adc51. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcf64decb642aa484c2b7d25e401aaa72eb32dc8152322343abae6dd022adc51, en de alinea staat in dat document op bytes 30034 tot 30985.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcf64decb642aa484c2b7d25e401aaa72eb32dc8152322343abae6dd022adc51 | shasum -a 256