Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 november 2020
Alinea 96 Parket bij de Hoge Raad 3 november 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 november 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1018.
“2.4.1 Het Hof heeft kennelijk geoordeeld dat met betrekking tot de benadeelde partijen telkens sprake is van een aantasting in hun persoon ‘op andere wijze’, als bedoeld in art. 6:106, aanhef en onder b, BW, welke aantasting het gevolg is van het bewezenverklaarde feit, kort gezegd de inbraak in de woning van de benadeelde partijen en de diefstal van sieraden uit die woning door de verdachte. Het Hof heeft niet vastgesteld dat de benadeelde partijen geestelijk letsel hebben opgelopen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcf64decb642aa484c2b7d25e401aaa72eb32dc8152322343abae6dd022adc51. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcf64decb642aa484c2b7d25e401aaa72eb32dc8152322343abae6dd022adc51, en de alinea staat in dat document op bytes 36472 tot 36982.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcf64decb642aa484c2b7d25e401aaa72eb32dc8152322343abae6dd022adc51 | shasum -a 256