Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020

Onder 8.9 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:102.

Gelet op HR BNB 2007/104 is civielrechtelijk sprake van een lening als (i) de ontvanger van de lening een terugbetalingsverplichting heeft en (ii) ten tijde van de geldverstrekking niet was te voorzien dat het nooit tot terugbetaling zou komen, hoe onzeker of voorwaardelijk terugbetaling ook is. Het Hof heeft geoordeeld dat de door de Staatssecretaris aangevoerde omstandigheden niet de conclusie rechtvaardigen dat bij het aangaan was te voorzien dat het nooit tot terugbetaling zou kunnen komen (eerder integendeel). Dat oordeel berust op de juiste rechtskundige maatstaf en voor het overige op uitleg van contracten en duiding van feiten en omstandigheden waarover de Hoge Raad niet gaat. Kennelijk zag het Hof geen civielrechtelijk onduidelijke situatie omdat zijns inziens niet onduidelijk was dat civielrechtelijk een terugbetalingsverplichting bestond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7f6573a240fda81f19e40eafff87f8ec904e43ca5190debfd2d73cf252fb9235. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7f6573a240fda81f19e40eafff87f8ec904e43ca5190debfd2d73cf252fb9235, en de alinea staat in dat document op bytes 348730 tot 349640.