Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020

Onder 2.22 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:102.

Ad (i) achtte ook het Hof de convertibles geen schijn maar civielrechtelijk een lening. Ad (ii) heeft het Hof daarentegen de kwalificatie van de convertibles als deelnemerschapslening op basis van art. 10(1)(d) Wet Vpb afgewezen omdat hij aan de looptijd van 40 jaar (wel) zelfstandige betekenis toekende, waardoor niet werd voldaan aan één van de cumulatieve criteria voor een deelnemerschapslening. Ad (iii) zag het Hof geen onzakelijke rentelast of onzakelijke lening, nu belastingplichtigen, afgezien van fraus legis , bij de financiering van zakelijke doelen keuzevrijheid hebben, de zakelijkheid van de rente ook moet worden bezien in het licht van de waarde(ontwikkeling) van de gefinancierde activa, de zakelijkheid van het rentepercentage 13% gesteund wordt door een transfer pricing rapport en niet aannemelijk is gemaakt dat geen derden te vinden zouden zijn die op dezelfde voorwaarden als de FCPR’s tot verstrekking van de convertibles bereid zouden zijn geweest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7f6573a240fda81f19e40eafff87f8ec904e43ca5190debfd2d73cf252fb9235. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7f6573a240fda81f19e40eafff87f8ec904e43ca5190debfd2d73cf252fb9235, en de alinea staat in dat document op bytes 69977 tot 71144.