Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2020

Onder 2.3. Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:106.

Ik had op 1 juli 2017 een afspraak met een Italiaanse vriend in Nederland. Hij zou mij helpen om werk te zoeken in Nederland, als bordenwasser ofzo. Hij heet [betrokkene 5] . In Italië bestaat een organisatie die schulden int die mensen bij de Italiaanse staat hebben. Ik had vroeger een klein transportbedrijf. Ik heb met dat bedrijf een belastingschuld opgebouwd. De organisatie is bezig mijn schulden te innen. Als ik dus bezittingen heb, zoals een auto, dan worden die gelijk weer van mij afgepakt. Als ik in het buitenland ga wonen heb ik toch een auto nodig voor familiebezoek en dergelijke, vandaar dat ik deze auto heb gekocht (het hof begrijpt: de Peugeot 3008 met Duits kenteken [kenteken 2] ). [betrokkene 5] en, ik denk dat het zijn vrouw was, kwamen lopend naar mij toe bij het politiebureau in Den Haag. [betrokkene 5] gaf mij gelijk het geld om die boetes te betalen.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e50bbf211dea5e4fac2eff1f0054eadfc3cdd3cd840ac636280bbea877ed50de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e50bbf211dea5e4fac2eff1f0054eadfc3cdd3cd840ac636280bbea877ed50de, en de alinea staat in dat document op bytes 24788 tot 25687.