Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2020
Onder 2.4. Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:106.
Het hof stelt op grond van de inhoud van het dossier vast dat de verdachte naar Nederland is gekomen om werk te zoeken en daartoe een auto heeft aangeschaft, via een agentschap, die op naam van een ander stond. Verdachte moet als eigenaar en bestuurder geacht worden te hebben geweten wat er zich in zijn auto bevond. In dat verband is voorts nog het volgende van belang: toen de verdachte door de politie werd geconfronteerd met openstaande boetes waarvoor zijn auto gesignaleerd stond heeft hij zonder daar nader vragen over te stellen terstond actie ondernomen om deze te kunnen voldoen. Van het gezelschap dat het geld terstond kwam brengen maakte deel uit iemand ( [betrokkene 3] ) die in Amsterdam betrokken was geweest bij iets vergelijkbaars (beschikking over grote som geld en geprepareerde auto); de verdachte ontkent hem te hebben ontmoet (ondanks de waarneming van een verbalisant) en hem te kennen terwijl een kopie van zijn legitimatiebewijs en een sleutel van zijn auto bij een huiszoeking in de woning waar [betrokkene 3] zich ophield ( [a-straat] in Amsterdam) bevonden. Het hof acht het door verdachte geschetste scenario dat hij niet wist dat het geld en de voorwerpen zich in een verborgen ruimte in zijn auto bevonden niet aannemelijk geworden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e50bbf211dea5e4fac2eff1f0054eadfc3cdd3cd840ac636280bbea877ed50de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e50bbf211dea5e4fac2eff1f0054eadfc3cdd3cd840ac636280bbea877ed50de, en de alinea staat in dat document op bytes 28399 tot 29678.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e50bbf211dea5e4fac2eff1f0054eadfc3cdd3cd840ac636280bbea877ed50de | shasum -a 256