Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2020
Onder 3.2. Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:106.
Het bestanddeel ‘voorhanden hebben’ van art. 420bis Sr strekt zich uit tot ieder feitelijk voorhanden hebben, met welk doel en krachtens welke titel dan ook, waarbij niet is vereist dat het voorwerp zich in de fysieke nabijheid van de betrokkene bevindt. Aan het ‘voorhanden hebben’ in de zin van deze bepaling moet dezelfde betekenis worden toegekend als aan het ‘voorhanden hebben’ in de helingsbepalingen. Volgens de jurisprudentie met betrekking tot art. 416 Sr hebben de woorden ‘verwerven, voorhanden hebben, overdragen’ voldoende feitelijke betekenis. Voorts geldt dat voor ‘voorhanden hebben’ in de zin van art. 416 Sr een zekere mate van feitelijke zeggenschap nodig is. Dat veronderstelt mijns inziens een zekere wetenschap of bewustheid van het voorhanden hebben zelf: je kunt jezelf immers pas bevoordelen in de zin van art. 416 Sr als je weet dat je het desbetreffende goed in je bezit hebt. Relevante rechtspraak op dit punt heb ik noch met betrekking tot art. 416 Sr, noch met betrekking tot art. 420bis Sr kunnen vinden. Het gaat bij helings- en witwasjurisprudentie meestal niet om de bewustheid van het aanwezig hebben, maar eerder om de wetenschap of het redelijkerwijs moeten vermoeden dat het goed dat de betrokkene voorhanden heeft van misdrijf afkomstig is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e50bbf211dea5e4fac2eff1f0054eadfc3cdd3cd840ac636280bbea877ed50de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e50bbf211dea5e4fac2eff1f0054eadfc3cdd3cd840ac636280bbea877ed50de, en de alinea staat in dat document op bytes 30735 tot 32369.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e50bbf211dea5e4fac2eff1f0054eadfc3cdd3cd840ac636280bbea877ed50de | shasum -a 256