Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2020

Onder 4.5. Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:106.

Mijn slotsom is daarom dat in het licht van het gevoerde verweer en de tegenstrijdigheid van een aantal redengevende omstandigheden in de bewijsoverwegingen van het hof met de door het hof gebezigde bewijsmiddelen, ik het kennelijk oordeel van het hof dat de verdachte enige bewustheid had van het geldbedrag en de aangetroffen voorwerpen niet zonder meer begrijpelijk acht, zodat het bewezenverklaarde onvoldoende met redenen is omkleed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e50bbf211dea5e4fac2eff1f0054eadfc3cdd3cd840ac636280bbea877ed50de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e50bbf211dea5e4fac2eff1f0054eadfc3cdd3cd840ac636280bbea877ed50de, en de alinea staat in dat document op bytes 46685 tot 47137.