Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2020

Onder 2.3. Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:106.

Ik, verbalisant [verbalisant 2] , werd aangesproken omstreeks 20:00 uur door [verdachte] . Deze vertelde mij dat zijn vriend er aan kwam voor het geld. Ik zag dat [verdachte] naar buiten liep in de richting van de Burmanlaan. Op de hoek van de Hofcampweg en Burmanlaan stonden twee mannen en een vrouw. Ik zag dat [verdachte] doelbewust naar deze twee mannen en vrouw toe liep. Ik zag dat [verdachte] met de twee mannen en de vrouw in gesprek ging. Tijdens dit gesprek zag ik dat de vrouw haar hand uit stak naar [verdachte] . Ik heb gezien dat er iets overhandigd werd. Ik zag dat de beide mannen en de vrouw in een rode personenauto van het merk Fiat, type Panda, voorzien van het kenteken [kenteken 3] , stapten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e50bbf211dea5e4fac2eff1f0054eadfc3cdd3cd840ac636280bbea877ed50de. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e50bbf211dea5e4fac2eff1f0054eadfc3cdd3cd840ac636280bbea877ed50de, en de alinea staat in dat document op bytes 13201 tot 13929.