Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2020

Onder 3.3 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1061.

Uit (onder meer 9.6 en 9.20 en verder) van de memorie van antwoord blijkt dat Alert ook begrepen heeft dat JBZ zich in hoger beroep op het standpunt stelt dat, op grond van artikel 16.1 van de overeenkomst, geen ingebrekestelling nodig was omdat sprake zou zijn van de overschrijding van fatale termijnen (waardoor de brief van 13 juli 2011 niet meer als ingebrekestelling hoeft te worden bestempeld maar als een schriftelijke aanmaning in de zin van artikel 6:80 lid 1 sub c BW). Noch in eerste aanleg, noch in haar memorie van antwoord heeft Alert zich op het standpunt gesteld dat artikelen 16.1 en 23.1.a niet op die manier in samenhang kunnen worden gelezen. Alert heeft pas bij antwoordmemorie na verwijzing - en daarom niet tijdig - geklaagd dat ook indien sprake is van de overschrijding van een fatale termijn, voor verzuim en ontbinding alsnog een ingebrekestelling nodig is. Bovendien heeft zij ook pas bij antwoordmemorie na verwijzing aangevoerd dat de overweging van de rechtbank onder 4.5 dat partijen zich - naar uit hun verklaring ter comparitie blijkt - hebben willen aansluiten bij het wettelijk systeem van ingebrekestelling en verzuim (en dus ook bij artikel 6:83, aanhef en sub a, BW) onjuist is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83c8fde835f271b6b68643a756de894a648dbeb4b32606fa8fa098c60a26bc9b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83c8fde835f271b6b68643a756de894a648dbeb4b32606fa8fa098c60a26bc9b, en de alinea staat in dat document op bytes 34954 tot 36185.