Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2020
Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1061.
h. Verweer iv) is door het hof vóór verwijzing nog niet besproken, omdat de ontbinding in zijn visie op artikel 23.8 kon worden gegrond (zie de rechtsoverwegingen 3.12.1 en 3.12.2 van het tussenarrest), maar strandt ook. De aanhef van artikel 23.1 duidt erop dat de in dat artikel gegeven ontbindingsbevoegdheid nevengeschikt is aan de elders in die overeenkomst dan wel nadere overeenkomsten gegeven bevoegdheden. Niets wijst erop dat de ontbindingsbevoegdheid uit artikel 9.1.9 voor die uit artikel 23 gaat. (onder 3.7 en 3.8)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/83c8fde835f271b6b68643a756de894a648dbeb4b32606fa8fa098c60a26bc9b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 83c8fde835f271b6b68643a756de894a648dbeb4b32606fa8fa098c60a26bc9b, en de alinea staat in dat document op bytes 27981 tot 28526.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/83c8fde835f271b6b68643a756de894a648dbeb4b32606fa8fa098c60a26bc9b | shasum -a 256