Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2020

Onder 3.58 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1068.

Dit subonderdeel faalt eveneens. De handhaving van een algemeen verbindend verklaarde cao is gezien de vorderingsmogelijkheden op grond van art. 3 Wet Avv niet slechts overgelaten aan cao-partijen, maar kan tevens worden ingeroepen door en jegens andere verenigingen, niet-georganiseerden en eigen leden. Die bevoegdheid komt deze partijen toe omdat zij leden hebben of personen zijn met een arbeidsovereenkomst die onder de werkingssfeer van een dergelijke cao valt. Aan SNCU, dat zelf geen leden heeft, is die bevoegdheid overgedragen door de cao-partijen (zie hiervoor, 3.22 en 3.23). Nu SNCU een zelfstandig vorderingsrecht tot naleving heeft, kan zij in het belang van alle werknemers en niet slechts de vakbondsleden, vergoeding vorderen van de schade die is ontstaan door niet-naleving van algemeen verbindend verklaarde cao-bepalingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec7c4bcadaf2ebd7628f19bdc8245c9b9a250827abfe74a801ff9005d40c3333. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec7c4bcadaf2ebd7628f19bdc8245c9b9a250827abfe74a801ff9005d40c3333, en de alinea staat in dat document op bytes 77045 tot 77965.