Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2020

Onder 3.4 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1068.

Subonderdeel 1.1 acht het oordeel van het hof dat de minister in redelijkheid tot algemeenverbindendverklaring van de CAO’s heeft kunnen komen onvoldoende gemotiveerd en om die reden onbegrijpelijk. Het hof motiveert volgens het subonderdeel niet waarom de minister ook in het concrete geval mocht uitgaan van de cijfers van het CBS. Met zijn oordeel gaat het hof voorbij aan essentiële stellingen van Inforcontracting. Die stellingen houden niet in dat het UWV in algemene zin een betrouwbaarder bron zou zijn dan het CBS, maar dat in dit concrete geval de cijfers van het UWV in tweeërlei opzicht een betrouwbaarder beeld geven dan die van het CBS. In de eerste plaats zijn de cijfers van het CBS slechts indexcijfers op basis waarvan het aantal uitzendkrachten nog moet worden berekend, terwijl het UWV het aantal in Nederland werkzame uitzendkrachten concreet bijhoudt. In de tweede plaats hebben de cijfers van het CBS betrekking op het aantal fte in de uitzendbranche, terwijl de cijfers van het UWV betrekking hebben op het aantal in de uitzendbranche werkzame personen, aldus het subonderdeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec7c4bcadaf2ebd7628f19bdc8245c9b9a250827abfe74a801ff9005d40c3333. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec7c4bcadaf2ebd7628f19bdc8245c9b9a250827abfe74a801ff9005d40c3333, en de alinea staat in dat document op bytes 21454 tot 22621.