Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2020

Onder 3.23 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1068.

“Ingevolge art. 3 lid 4 Wet AVV kunnen werkgevers- en werknemersverenigingen jegens werkgevers of werknemers die in strijd handelen met verbindend verklaarde bepalingen, vergoeding vorderen van de schade die zijzelf of hun leden daardoor lijden. In het onderhavige geval hebben de partijen bij de CAO de bevoegdheden die zij hadden op grond van art. 3 Wet AVV (in verbinding met art. 15 Wet CAO), blijkens art. 45 van de CAO en art. 6 van reglement II (hiervoor weergegeven in 3.1 onder (iii) respectievelijk onder (vii)) overgedragen aan SNCU. Nu de art. 45 en 46 CAO alsmede de statuten en reglementen van SNCU algemeen verbindend zijn verklaard, is SNCU bevoegd de onderhavige vorderingen jegens Tido Vesta in te stellen. Het oordeel van het hof dat de delegatie/volmacht aan en procesbevoegdheid van SNCU rechtstreeks voortvloeien uit de CAO en de bijbehorende statuten en reglementen, en dat aparte schriftelijke volmachten hiervoor niet zijn vereist is juist.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec7c4bcadaf2ebd7628f19bdc8245c9b9a250827abfe74a801ff9005d40c3333. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec7c4bcadaf2ebd7628f19bdc8245c9b9a250827abfe74a801ff9005d40c3333, en de alinea staat in dat document op bytes 44716 tot 45699.