Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2020

Onder 3.24 Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1068.

Subonderdeel 2.1 klaagt dat de bekrachtiging door het hof van het dictum van de kantonrechter in het licht van de oordeelsvorming in rov. 3.15 en 3.16 rechtens onjuist dan wel onbegrijpelijk is. Het oordeel van het hof veronderstelt dat nog onderzocht moet worden wat precies aan welke werknemer moet worden nabetaald, en dat het door SNCU gevorderde bedrag slechts een indicatie betreft waaraan beperkte betekenis toekomt. Met dit oordeel strookt niet dat Inforcontracting is veroordeeld tot nabetaling van een concreet bedrag. Volgens het subonderdeel heeft het hof miskend dat bij een vordering tot nakoming geen ruimte bestaat voor toewijzing van een indicatief bedrag, althans onvoldoende heeft gemotiveerd waarom die ruimte er wél zou zijn. Het bestreden arrest zou in zoverre innerlijk tegenstrijdig zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ec7c4bcadaf2ebd7628f19bdc8245c9b9a250827abfe74a801ff9005d40c3333. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ec7c4bcadaf2ebd7628f19bdc8245c9b9a250827abfe74a801ff9005d40c3333, en de alinea staat in dat document op bytes 45799 tot 46673.