Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 november 2020

Onder 2.16 Parket bij de Hoge Raad 13 november 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 november 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1082.

Vervolgens heeft het hof het subsidiaire standpunt van HVY beoordeeld en gegrond bevonden (rov. 4.5.8-4.5.48). In rov. 4.5.48 is het hof tot de slotsom gekomen, dat de Limitation Clause aldus moet worden uitgelegd, dat een ondertekenende staat die niet de verklaring als bedoeld in art. 45 lid 2 (a) ECT heeft afgelegd, gehouden is de ECT voorlopig toe te passen, behoudens voor zover voorlopige toepassing van een of meer bepalingen van de ECT strijdig is met nationaal recht in die zin, dat de wet- of regelgeving van die staat voorlopige toepassing van een verdrag voor bepaalde (soorten of categorieën van) verdragsbepalingen uitsluit. Volgens het hof is niet gebleken, dat voorlopige toepassing van art. 26 ECT in strijd is met Russisch recht (rov. 4.6.1). Het hof heeft ten overvloede onderzocht of, uitgaande van de uitleg die de Russische Federatie aan de Limitation Clause geeft, art. 26 ECT met bepalingen van Russisch recht in conflict komt (art. 4.6.2-4.7.65). Het hof heeft die vraag ontkennend beantwoord.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/856e57ed1bb26d75b1f1c08356078e2eeda3cacf8ea4778ff36c48e54a02244e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 856e57ed1bb26d75b1f1c08356078e2eeda3cacf8ea4778ff36c48e54a02244e, en de alinea staat in dat document op bytes 16512 tot 17615.