Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2020
Onder 3.6. Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:109.
Bij de beoordeling van het middel dient het volgende te worden vooropgesteld. Voor een veroordeling ter zake van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, is vereist dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de betrokkene in redelijkheid de vrees kon ontstaan dat hij het leven zou kunnen verliezen en dat het opzet van de verdachte op het teweeg brengen van zulk een indruk was gericht. Voorwaardelijk opzet is daartoe voldoende. Geuite bewoordingen die niet zodanig zijn dat zij op zich al een redelijke vrees voor een misdrijf tegen het leven kunnen doen ontstaan, kunnen onder omstandigheden een strafbare bedreiging met een misdrijf tegen het leven opleveren. Van de aanwezigheid van dergelijke omstandigheden moet dan uit de gebezigde bewijsmiddelen blijken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb550b20bbffd7c49dddfc0d1970a1ca602a413646642bbb09676cbde0b3c3c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb550b20bbffd7c49dddfc0d1970a1ca602a413646642bbb09676cbde0b3c3c3, en de alinea staat in dat document op bytes 14293 tot 15384.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bb550b20bbffd7c49dddfc0d1970a1ca602a413646642bbb09676cbde0b3c3c3 | shasum -a 256