Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2020

Onder 5.1. Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:109.

Het middel klaagt dat het hof ten onrechte met betrekking tot de vrijheidsbeperkende maatregel in de vorm van een contactverbod voor de duur van drie jaren als bedoeld in art. 38v, vierde lid, Sr, in aanmerking heeft genomen “dat de verdachte na de ten laste gelegde feiten door is gegaan met de belaging van aangeefster”. Het hof heeft aldus ten onrechte rekening gehouden “met niet ten laste gelegde feiten zonder dat aan de voorwaarden daarvoor, te weten de voorwaarden die gelden met betrekking tot ad informandum feiten, is voldaan”.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bb550b20bbffd7c49dddfc0d1970a1ca602a413646642bbb09676cbde0b3c3c3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bb550b20bbffd7c49dddfc0d1970a1ca602a413646642bbb09676cbde0b3c3c3, en de alinea staat in dat document op bytes 28200 tot 28760.