Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2020
Onder 4.22 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:111.
Dit alles, net als (subtiele) variaties hierop, draait telkens om hetzelfde principe: aan de bestuurder of de commissaris is dan, op de keper beschouwd, niet (voldoende) gelegenheid geboden om van de bevoegdheid van art. 2:227 lid 7 BW gebruik te maken. Zoals ook volgt uit het voorgaande, is het bijvoorbeeld mogelijk dat wel is voldaan aan de voor de vergadergerechtigden geldende formele oproepingsbepalingen, maar tegelijkertijd een bestuurder of commissaris niet (voldoende) gelegenheid is geboden om van de bevoegdheid van art. 2:227 lid 7 BW gebruik te maken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2efa9075c30b6eb75f9553fd6cb395401f37c1752878cb77750f7bb8d9c85ac5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2efa9075c30b6eb75f9553fd6cb395401f37c1752878cb77750f7bb8d9c85ac5, en de alinea staat in dat document op bytes 83548 tot 84127.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2efa9075c30b6eb75f9553fd6cb395401f37c1752878cb77750f7bb8d9c85ac5 | shasum -a 256