Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2020

Onder 4.32 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:111.

Let wel: het gaat er daarbij steeds om of een bestuurder of commissaris (voldoende) in de gelegenheid is gesteld om als zodanig zijn raadgevende stem te gebruiken conform art. 2:227 lid 7 BW of art. 2:238 lid 2, slotzin BW, maatgevend is niet of die bestuurder of commissaris vervolgens (ook) gebruik heeft gemaakt van zijn raadgevende stem. Is dit laatste niet het geval, dan levert dat op zichzelf geen totstandkomingsgebrek in de zin van art 2:15 lid 1 onder a BW (of een ander gebrek dat aan het besluit kleeft) op. Een bestuurder of commissaris kan besluitvorming van de aandeelhouders in of buiten vergadering – bijvoorbeeld inzake een agendapunt dat ziet op schorsing of ontslag van die bestuurder of commissaris – op zichzelf ook niet frustreren door geen gebruik te maken van zijn raadgevende stem. Zie nrs. 4.33-4.38.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2efa9075c30b6eb75f9553fd6cb395401f37c1752878cb77750f7bb8d9c85ac5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2efa9075c30b6eb75f9553fd6cb395401f37c1752878cb77750f7bb8d9c85ac5, en de alinea staat in dat document op bytes 101165 tot 102009.