Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2020

Onder 4.33 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:111.

Daaruit maak ik op dat de wetgever het bezwaar signaleert “dat het vereiste van raadpleging van bestuurders en commissarissen en de vergaande sanctie van vernietigbaarheid bij niet-naleving de besluitvorming buiten vergadering bemoeilijken”, dus met inbegrip van die algemeen geldende sanctie (“vernietigbaarheid”) op het niet (voldoende) in de gelegenheid stellen van een bestuurder of commissaris om als zodanig zijn raadgevende stem te gebruiken, maar desondanks meent dat de mogelijkheid voor de bestuurders en de commissarissen om een raadgevende stem te gebruiken ook bij besluitvorming van aandeelhouders buiten vergadering moet blijven bestaan. Hieruit blijkt dat de wetgever art. 2:227 lid 7 BW en art. 2:238 lid 2, slotzin BW en de niet-naleving daarvan (door het niet (voldoende) in de gelegenheid stellen van een bestuurder of commissaris om als zodanig zijn raadgevende stem te gebruiken) relateert aan het schema van art. 2:15 BW (dus vernietigbaarheid), niet dat van art. 2:14 BW (dus nietigheid).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2efa9075c30b6eb75f9553fd6cb395401f37c1752878cb77750f7bb8d9c85ac5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2efa9075c30b6eb75f9553fd6cb395401f37c1752878cb77750f7bb8d9c85ac5, en de alinea staat in dat document op bytes 104237 tot 105398.