Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2020

Onder 4.36 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:111.

Het oordeel dat die sanctie bestaat uit het bepaalde in art. 2:15 lid 1 onder a BW is een logische vervolgstap ook in het licht van deze Hoge Raad-arresten, welke stap in de lagere rechtspraak al veel langer wordt gezet, zowel vóór 1 oktober 2012 (mede onder art. 2:227 lid 4 BW (oud)) als na die datum (mede onder art. 2:227 lid 7 BW). Daarin pleegt te worden aangenomen dat, ingeval (de voorloper van) art. 2:227 lid 7 BW of art. 2:238 lid 2, slotzin BW van toepassing is, maar een bestuurder of commissaris niet (voldoende) in de gelegenheid is gesteld om als zodanig zijn raadgevende stem te gebruiken, dit het betreffende besluit van de algemene vergadering vernietigbaar maakt op de voet van art. 2:15 lid 1 onder a BW. Daarbij wordt niet onderscheiden naar bijvoorbeeld de verschijningsvorm van dat ‘niet (voldoende) in de gelegenheid stellen’ of bepaalde besluiten van de algemene vergadering. Ook de overgang van art. 2:227 BW (oud) en art. 2:238 BW (oud) naar de huidige bepalingen vormt daarin geen breuklijn: hier is sprake van een constante, van een continuüm. Illustratief zijn de volgende overwegingen:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2efa9075c30b6eb75f9553fd6cb395401f37c1752878cb77750f7bb8d9c85ac5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2efa9075c30b6eb75f9553fd6cb395401f37c1752878cb77750f7bb8d9c85ac5, en de alinea staat in dat document op bytes 114938 tot 116203.