Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2020
Onder 4.38 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:111.
Steun vind ik tevens in, kort gezegd, de literatuur. Ook daarin wordt en masse het schema van art. 2:15 BW aangehouden, in het bijzonder dat van art. 2:15 lid 1 onder a BW, ingeval (een voorloper van) art. 2:227 lid 7 BW of art. 2:238 lid 2, slotzin BW van toepassing is, maar een bestuurder of commissaris niet (voldoende) in de gelegenheid is gesteld om als zodanig zijn raadgevende stem te gebruiken. Ook daarbij wordt niet onderscheiden naar bijvoorbeeld de verschijningsvorm van dat ‘niet (voldoende) in de gelegenheid stellen’ of bepaalde besluiten van de algemene vergadering, en ook daarbij vormt de overgang van art. 2:227 BW (oud) en art. 2:238 BW (oud) naar de huidige bepalingen geen breuklijn. Dit behoeft geen nadere toelichting; het bevestigt intussen wel dat ook de literatuur, gelijk de lagere rechtspraak genoemd in nr. 4.36, de in nr. 4.35 genoemde Hoge Raad-arresten in dat licht beziet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2efa9075c30b6eb75f9553fd6cb395401f37c1752878cb77750f7bb8d9c85ac5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2efa9075c30b6eb75f9553fd6cb395401f37c1752878cb77750f7bb8d9c85ac5, en de alinea staat in dat document op bytes 119271 tot 120294.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2efa9075c30b6eb75f9553fd6cb395401f37c1752878cb77750f7bb8d9c85ac5 | shasum -a 256