Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2020
Onder 4.39 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:111.
Steun vind ik bovendien in de al langer zichtbare onderliggende trend – onderstroom, zo men wil – in het rechtspersonenrecht van Boek 2 BW, waaronder het vennootschapsrecht, dat de sanctie van nietigheid op de terugtocht is. Deze trend valt te herleiden tot een opvatting die breder in het privaatrecht wordt gehuldigd en insluit dat nietigheid van rechtshandelingen zoveel mogelijk dient te worden teruggedrongen ten gunste van vernietigbaarheid (of andere sancties), mede gelet op het feit dat de nietigheid van een rechtshandeling (zoals een besluit van een orgaan van een rechtspersoon als bedoeld in art. 2:14 BW, art. 2:15 BW en art. 2:16 BW) van rechtswege werkt en meebrengt dat de rechtshandeling van meet af aan niet rechtsgeldig is. Zie nrs. 4.5-4.8. Die opvatting wordt in de literatuur wel als volgt verwoord:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2efa9075c30b6eb75f9553fd6cb395401f37c1752878cb77750f7bb8d9c85ac5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2efa9075c30b6eb75f9553fd6cb395401f37c1752878cb77750f7bb8d9c85ac5, en de alinea staat in dat document op bytes 120374 tot 121341.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2efa9075c30b6eb75f9553fd6cb395401f37c1752878cb77750f7bb8d9c85ac5 | shasum -a 256