Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2020
Onder 5.3 Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:111.
Daaruit volgt dat, ingeval art. 2:227 lid 7 BW (of art. 2:238 lid 2, slotzin BW) althans een statutair equivalent daarvan van toepassing is, maar een bestuurder of commissaris niet (voldoende) in de gelegenheid is gesteld om als zodanig zijn raadgevende stem te gebruiken, dit laatste ongeacht de verschijningsvorm daarvan in de systematiek van art. 2:14 BW en art. 2:15 BW wél een zelfstandige grond oplevert voor vernietiging van het betreffende besluit van de algemene vergadering op de voet van art. 2:15 lid 1 onder a BW, maar níet dat besluit met nietigheid treft als bedoeld in art. 2:14 (lid 2) BW. Dat geldt dus óók als, kort gezegd, de algemene vergadering dat besluit “achter de rug van de bestuurder om” heeft genomen en hij die raadgevende stem daardoor “überhaupt niet heeft kunnen uitoefenen”, zoals [eiseres] Holding ten grondslag legt aan onderdeel 1. Dit wordt niet anders als ook sprake is van een of meer andere gebreken die aan het betreffende besluit kleven als bedoeld in art. 2:15 lid 1 BW: meerdere zelfstandige gronden voor vernietigbaarheid van dat besluit op de voet van art. 2:15 lid 1 BW ‘tellen niet op’ tot een zelfstandige grond voor nietigheid van dat besluit als bedoeld in art. 2:14 (lid 2) BW. In het onderhavige geval brengt dit een en ander mee dat, anders dan onderdeel 1 ingang wil doen vinden met een beroep op de ontstaansgeschiedenis van art. 2:14 lid 2 BW, [eiseres] Holding hoe dan ook niet op grond van de wet (art. 2:227 BW) of de statuten van [verweerster] Beheer (art. 22-23) ten aanzien van het ontslagbesluit van de algemene vergadering van [verweerster] Beheer van 17 juli 2017 als (ontslagen) bestuurder van [verweerster] Beheer een “beïnvloedingsgerechtigde” is waarop de wetgever met art. 2:14 lid 2 BW het oog heeft gehad. Het correcte schema is hier dat van art. 2:15 BW (in het bijzonder art. 2:15 lid 1 onder a BW), niet dat van art. 2:14 BW (met inbegrip van art. 2:14 lid 2 BW). Dit alles miskent het hof niet, waar het tegen de achtergrond van rov. 6.17-6.18 met betrekking tot dat ontslagbesluit concludeert in rov. 6.21:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2efa9075c30b6eb75f9553fd6cb395401f37c1752878cb77750f7bb8d9c85ac5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2efa9075c30b6eb75f9553fd6cb395401f37c1752878cb77750f7bb8d9c85ac5, en de alinea staat in dat document op bytes 143209 tot 145527.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2efa9075c30b6eb75f9553fd6cb395401f37c1752878cb77750f7bb8d9c85ac5 | shasum -a 256