Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2020

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1120.

Voor het overige deel van de tenlastelegging is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is. Direct nadat getuige [betrokkene 2] [slachtoffer] en verdachte naakt aantrof, heeft getuige [betrokkene 2] [slachtoffer] indringend bevraagd over wat er gebeurd is in de woning. Ook [betrokkene 1], de vader van [slachtoffer], en getuige [betrokkene 3], de oma van [slachtoffer] hebben haar diverse vragen gesteld over wat er gebeurd zou zijn in de woning. [slachtoffer] verklaart wisselend over de verschillende handelingen die zouden hebben plaatsgevonden. Niet kan worden uitgesloten dat [slachtoffer], gelet op haar jeugdige leeftijd in combinatie met haar beïnvloedbaarheid door al deze vragen is gestuurd in haar verklaringen. De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer], gelet hierop, niet meer als geheel betrouwbaar kan worden aangemerkt. Derhalve dient verdachte voor het overige deel van de tenlastelegging te worden vrijgesproken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/95bf2f4e0b574b277493c2b7e01e95546c877f2a58b5d81c56db5ce20104debb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 95bf2f4e0b574b277493c2b7e01e95546c877f2a58b5d81c56db5ce20104debb, en de alinea staat in dat document op bytes 9792 tot 10845.