Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2020

Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1120.

11. In het kader van de subjectieve beleving van eventueel als seksueel getint aan te merken handelingen verwees mijn voormalig ambtgenoot Knigge naar een verkrachtingszaak waarin het slachtoffer het in de anus brengen van een stuk gereedschap door de verdachte had ervaren als brute mishandeling. Niettemin oordeelde de Hoge Raad dat de bewezenverklaring van verkrachting in de zin van artikel 242 Sr geen blijk gaf van een onjuiste rechtsopvatting. Volgens de Hoge Raad kan de subjectieve beleving van belang zijn, maar kan die niet beslissend zijn in die zin dat van verkrachting geen sprake zou kunnen zijn ingeval de dader niet bij (of: door) de desbetreffende handeling(en) bepaalde seksuele gevoelens heeft ondervonden onderscheidenlijk het slachtoffer die handelingen niet als seksueel heeft ervaren. Met Knigge meen ik dat die subjectieve beleving door de betrokkenen, ook als het gaat om ontuchtige handelingen in de zin van de zedenwetgeving, niet (altijd) doorslaggevend zal zijn, temeer nu de zedelijkheidswetgeving strekt tot bescherming van de seksuele integriteit van personen die daartoe zelf, op een bepaald moment dan wel in het algemeen, niet in staat zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/95bf2f4e0b574b277493c2b7e01e95546c877f2a58b5d81c56db5ce20104debb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 95bf2f4e0b574b277493c2b7e01e95546c877f2a58b5d81c56db5ce20104debb, en de alinea staat in dat document op bytes 19728 tot 21110.