Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2020
Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1120.
14. Het hof heeft vastgesteld dat de verdachte en [slachtoffer] in de woonkamer van de verdachte zijn aangetroffen, terwijl zij naakt waren en (dicht) tegen elkaar aan op de bank zaten, en dat [slachtoffer] door de verdachte gedwongen is uitgekleed, terwijl zich geen omstandigheid voordeed waardoor kan worden aangenomen dat die handelingen enige (onschuldige) functie hadden. Tegen deze achtergrond en in aanmerking genomen de speciale bescherming die minderjarigen behoeven, is het oordeel van het hof dat het hier handelingen van seksuele aard betreft die in strijd zijn met de sociaal-ethische norm, niet onbegrijpelijk. De bewezen verklaarde handelingen, verricht ten opzichte van een minderjarige, zijn maatschappelijk niet geaccepteerd. Daaraan doet niet af dat niets is vastgesteld omtrent de interactie die (al dan niet) aan de fysieke handeling van het uitkleden en (naakt) tegen [slachtoffer] aanzitten door de verdachte is voorafgegaan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/95bf2f4e0b574b277493c2b7e01e95546c877f2a58b5d81c56db5ce20104debb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 95bf2f4e0b574b277493c2b7e01e95546c877f2a58b5d81c56db5ce20104debb, en de alinea staat in dat document op bytes 23492 tot 24519.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/95bf2f4e0b574b277493c2b7e01e95546c877f2a58b5d81c56db5ce20104debb | shasum -a 256