Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2020
Alinea 51 Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1120.
De omstandigheid dat de vader van de benadeelde partij als wettelijk vertegenwoordiger ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 2 juli 2015 naar voren heeft gebracht dat het op dat moment goed ging met [slachtoffer] en dat voor hem een schadevergoeding helemaal niet hoeft, doet naar het oordeel van het hof aan het voorgaande niets af. Anders dan de rechtbank leidt het hof daar in ieder geval niet uit af dat [slachtoffer] geen immateriële schade heeft ondervonden. Die stelling van de vader van de benadeelde partij lijkt veeleer te zijn ingegeven door zijn wens om de verstandhouding met verdachte, zijn voormalige beste vriend, te herstellen. De vordering is op dat moment ook niet ingetrokken. Bovendien is de vordering van de benadeelde partij in hoger beroep in zijn geheel gehandhaafd.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/95bf2f4e0b574b277493c2b7e01e95546c877f2a58b5d81c56db5ce20104debb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 95bf2f4e0b574b277493c2b7e01e95546c877f2a58b5d81c56db5ce20104debb, en de alinea staat in dat document op bytes 28689 tot 29553.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/95bf2f4e0b574b277493c2b7e01e95546c877f2a58b5d81c56db5ce20104debb | shasum -a 256