Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 november 2020
Onder 3.9 Parket bij de Hoge Raad 27 november 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 november 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1127.
De slotsom is dat het subonderdeel feitelijke grondslag mist, omdat het uitgaat van een onjuiste lezing van het arrest, en dat het daarin aangevoerde ook overigens hoe dan ook niet meebrengt dat hof niet kon volstaan met de gegeven motivering in rov. 5.9 (en rov. 5.10). Ik betrek daarbij mede dat het subonderdeel wat betreft vindplaatsen enkel verwijst naar producties (noten 4-6 van de procesinleiding) en twee verspreide, korte opmerkingen van [eiser] in het proces-verbaal van de comparitie in eerste aanleg, p. 2 en 4 (noten 4 en 7 van de procesinleiding), nergens naar enige concreet in de gedingstukken zijdens [eiser] ingenomen stelling. Het hof hoefde zich daardoor niet te laten weerhouden van zijn vaststellingen in rov. 5.9 (en rov. 5.10), ook als het daarin wel mede zou hebben betrokken hetgeen in rov. 5.9, derde alinea, slotzin is weergegeven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df5581ea39a1d85bd7731a5578967dda22de8c77b9fc781b9e513e7d016527a7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df5581ea39a1d85bd7731a5578967dda22de8c77b9fc781b9e513e7d016527a7, en de alinea staat in dat document op bytes 70961 tot 71962.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/df5581ea39a1d85bd7731a5578967dda22de8c77b9fc781b9e513e7d016527a7 | shasum -a 256