Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 november 2020

Onder 3.10 Parket bij de Hoge Raad 27 november 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 november 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1127.

Het subonderdeel klaagt dat het hof door aldus te overwegen en te beslissen het arrest onvoldoende heeft gemotiveerd, omdat het hof in dit kader geen (kenbare) aandacht heeft besteed aan een aantal in het subonderdeel onder (a) t/m (e) (met verwijzingen naar gedingstukken) opgesomde stellingen, door het subonderdeel aangeduid als essentieel. Volgens het subonderdeel heeft het hof de juistheid van die stellingen in het midden gelaten, zodat (bij wege van hypothetisch feitelijke grondslag) van de juistheid daarvan moet worden uitgegaan. Aldus, zo vervolgt het subonderdeel, is het arrest niet naar de eis der wet met redenen omkleed nu, zakelijk weergegeven, “uit deze stellingen volgt, althans kan volgen, dat de verkoop van de aandelen van [A] aan [betrokkene 1] niet erop gericht was om te verkopen aan een ‘katvanger’ zodat een verder lege schuldenvennootschap buiten het bereik van schuldeisers naar het buitenland te verplaatsen” [onderstreping in origineel, A-G].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df5581ea39a1d85bd7731a5578967dda22de8c77b9fc781b9e513e7d016527a7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df5581ea39a1d85bd7731a5578967dda22de8c77b9fc781b9e513e7d016527a7, en de alinea staat in dat document op bytes 73688 tot 74721.