Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 november 2020

Onder 3.11 Parket bij de Hoge Raad 27 november 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 november 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1127.

Gelet op het voorgaande heeft het hof daarmee verworpen, en kon het dat ook zo doen zonder nadere motivering, de in het subonderdeel bedoelde stellingen onder (a) en (b) die naar de kern genomen zien op “de buitenlandse contracten” respectievelijk (de contacten met) “de opdrachtgevers” van [A] in het bijzonder in 2010, waarvan volgens [eiser] zelf in de onderhavige zaak uiteindelijk dus toch geen sprake was. In ieder geval niet in “de nieuwe structuur (vanaf eind 2009)”, waarin immers [E] B.V., zoals [eiser] het generiek en zonder voorbehoud of nadere toelichting heeft geformuleerd, “als aannemer / opdrachtnemer [is] gaan fungeren en de facturering [is] gaan verzorgen”. Ik breng ook in herinnering dat door [eiser] zelf in zijn memorie na verwijzing onomwonden onder meer is gesteld, onder verwijzing naar zijn akte d.d. 6 oktober 2015, dat “de zakelijke contacten en contracten” níet tot het vermogen van [A] behoorden. Daarbij betrek ik tevens:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df5581ea39a1d85bd7731a5578967dda22de8c77b9fc781b9e513e7d016527a7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df5581ea39a1d85bd7731a5578967dda22de8c77b9fc781b9e513e7d016527a7, en de alinea staat in dat document op bytes 83434 tot 84487.