Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 november 2020
Onder 3.11 Parket bij de Hoge Raad 27 november 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 november 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1127.
Onder 3.9 hiervoor ben ik al ingegaan op de vaststelling van het hof in rov. 5.9, zesde alinea, tweede zin dat de conclusie gerechtvaardigd is dat voormelde aandelentransactie erop gericht was een verder lege schuldenvennootschap buiten het bereik van schuldeisers naar het buitenland te verplaatsen. Dit baseert het hof, naast de aan rov. 5.9, zesde alinea, eerste zin gerelateerde verwijzing naar “een verder lege schuldenvennootschap”, op de eveneens in rov. 5.9, zesde alinea, tweede zin vervatte en gecombineerde vaststellingen dat “ [eiser] verder onvoldoende weersproken [heeft] gelaten dat [betrokkene 1] is te beschouwen als een katvanger, dat wil zeggen geen serieuze ondernemer” en dat [A] “met de verhuizing naar kennelijk Boedapest, Hongarije” ook daadwerkelijk naar het buitenland is verplaatst. Zoals hiervoor al opgemerkt, faalt de daartegen gerichte klacht in subonderdeel II.1. De in het subonderdeel onder (a) t/m (d) opgebrachte stellingen resulteren evenmin in een succesvolle motiveringsklacht tegen dat oordeel. Zoals volgt uit het voorgaande, heeft het hof aangenomen en zo kunnen aannemen dat die eigen, concrete stellingname van [eiser] omtrent de ontwikkelingen rond [A] in 2009 en 2010 tot 18 november 2010, gecombineerd met de gang van zaken rond de aandelentransactie van 18 november 2010, niet te rijmen valt met een situatie waarin [eiser] , op basis van deze door hem aan [betrokkene 1] toegeschreven en per saldo abstract beschreven bedoelingen en mededelingen (die overigens nergens anders uit blijken), in de aanloop naar en ten tijde van die transactie zou zijn uitgegaan (en vervolgens ook hebben mogen uitgaan) van een bona fide verkoop van de aandelen in [A] aan een serieuze ondernemer als koper. Voor zover het subonderdeel de stelling onder (e) opbrengt ten betoge dat [eiser] geen enkel belang had en heeft bij zo’n katvangerconstructie, geldt reeds dat het hof die stelling heeft kunnen verwerpen zoals het dat heeft gedaan, omdat die stelling blijkens de genoemde vindplaats in wezen niet meer behelst dan precies die stelling. Dit nog daargelaten het niet te ontkennen belang dat [eiser] als middellijk bestuurder en aandeelhouder (via [B] B.V.) van [A] erbij had zich, volgend op de gang van zaken tot 18 november 2010, aldus persoonlijk en geografisch zo veel mogelijk op afstand te plaatsen van die verder lege, maar (vooralsnog) niet gefailleerde schuldenvennootschap, en daarmee indirect ook van haar schuldeisers. Dat, zoals het hof vaststelt in rov. 3.4 en het subonderdeel opmerkt aan het slot (procesinleiding, p. 8) onder verwijzing naar slechts die rov. 3.4, door [A] in 2010 in totaal € 13.779,-- heeft betaald aan Vesting Finance ten gunste van het Pensioenfonds, staat, anders dan het subonderdeel nog suggereert, geenszins in de weg aan rov. 5.9, zesde alinea, tweede alinea van het hof. Op 18 november 2010 was [A] immers desondanks nog steeds een verder lege schuldenvennootschap met in ieder geval een belastingschuld en een pensioenschuld, en dus met op die dag door [eiser] - tot die transactie haar middellijk bestuurder en aandeelhouder - onbetaald gelaten schulden en daarmee schuldeisers. De verwijzing in het subonderdeel naar beweerde betaling door [eiser] van “de belastingschuld” snijdt evenmin hout. Niet alleen noemt hij ook hier niet enige ter zake door hem betrokken stelling in de gedingstukken waarop het hof acht had moeten slaan; op 18 november 2010 had [A] in ieder geval nog onder meer een belastingschuld (naast een pensioenschuld), die toen dus onbetaald bleef, en bovendien blijkt nergens uit dat bij [eiser] in de aanloop naar die dag, laat staan nadien, sprake was van een op proactieve en spoedige betaling van al haar schuldeisers gerichte grondhouding.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df5581ea39a1d85bd7731a5578967dda22de8c77b9fc781b9e513e7d016527a7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df5581ea39a1d85bd7731a5578967dda22de8c77b9fc781b9e513e7d016527a7, en de alinea staat in dat document op bytes 87278 tot 91184.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/df5581ea39a1d85bd7731a5578967dda22de8c77b9fc781b9e513e7d016527a7 | shasum -a 256