Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 november 2020

Onder 3.13 Parket bij de Hoge Raad 27 november 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 november 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1127.

Volgens het hof in rov. 5.9, zesde alinea, derde zin is inherent aan de gerichtheid van (partijen bij) de aandelentransactie van 18 november 2010 op het buiten het bereik van schuldeisers verplaatsen van een verder lege schuldenvennootschap naar het buitenland, wat met de verhuizing van [A] naar kennelijk Boedapest, Hongarije ook daadwerkelijk is gebeurd, dat met die verplaatsing (verhuizing) ook de door [eiser] aan [betrokkene 1] op die dag overgedragen administratie van [A] , die toebehoort aan de rechtspersoon ( [A] ), uit Nederland zou verdwijnen. Dit is een logische (zo niet: voor de hand liggende) gevolgtrekking, evenals, in het verlengde daarvan, dat [eiser] dat gevolg dan kennelijk op de koop toe heeft genomen. Dit behoefde geen nadere motivering in het licht van de door het subonderdeel bedoelde vaststelling van het hof in rov. 5.7, eerste zin en notulen van de bestuursvergadering (overigens ook hier zonder verwijzing naar een vindplaats in de gedingstukken zijdens [eiser] waarin een stelling ter zake is betrokken).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df5581ea39a1d85bd7731a5578967dda22de8c77b9fc781b9e513e7d016527a7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df5581ea39a1d85bd7731a5578967dda22de8c77b9fc781b9e513e7d016527a7, en de alinea staat in dat document op bytes 93403 tot 94456.