Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 november 2020

Onder 3.6 Parket bij de Hoge Raad 20 november 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 november 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1188.

Aan de objectieve verjaringstermijnen van meest twintig jaar ligt (vooral) de waarde van de rechtszekerheid ten grondslag, anders dan de kortere, subjectieve verjaringstermijnen, die mede (sterk) in de sleutel van de billijkheid staan. Smeehuijzen onderscheidt met betrekking tot die rechtszekerheid mijns inziens terecht twee aspecten: (1) door het verloren gaan van bewijsmateriaal is het bezwaarlijk om over meer dan twintig jaar oude feiten in rechte debat te moeten voeren; (2) het honoreren van een aanspraak gegrond op feiten van meerdere decennia oud zou een sterke inbreuk zijn op de individuele rechtszekerheid van de wederpartij, die met een dergelijke vordering doorgaans in het geheel geen rekening meer zal hebben gehouden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a4e3c0fbbf12e15434f93cb3b57026cee1653b617b8c061eab5b0806fd9fc9fc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a4e3c0fbbf12e15434f93cb3b57026cee1653b617b8c061eab5b0806fd9fc9fc, en de alinea staat in dat document op bytes 26915 tot 27794.