Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2020
Onder 3.38 Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:119.
In de literatuur en de feitenrechtspraak wordt doorgaans aangenomen dat wanneer iemand zich in een procedure tot vernietiging van een besluit van de vergadering van eigenaars tevens beroept op de nietigheid van dat besluit , beide aspecten in de verzoekschriftprocedure bij de kantonrechter aan de orde kunnen worden gesteld. De procedure niet hoeft te worden gesplitst (om het beroep op nietigheid in een afzonderlijke procedure door de rechtbank te laten beoordelen). Argumenten van proceseconomische aard verzetten zich tegen splitsing van de procedure. Er zouden dan immers twee procedures zijn over hetzelfde besluit. Daarom is in zo’n geval de kantonrechter ook bevoegd om te beslissen over het (samenhangende) beroep op nietigheid. Ook het hof is in de onderhavige uitspraak hiervan uitgegaan, zo volgt uit rov. 21.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4ac93bd28a1423c92c2e6fd9a1145529bc894fb5955a8a6e2fd12cf8d0b59bc5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4ac93bd28a1423c92c2e6fd9a1145529bc894fb5955a8a6e2fd12cf8d0b59bc5, en de alinea staat in dat document op bytes 60299 tot 61298.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4ac93bd28a1423c92c2e6fd9a1145529bc894fb5955a8a6e2fd12cf8d0b59bc5 | shasum -a 256