Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2020

Onder 2.3 Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:119.

Na een mondelinge behandeling heeft de kantonrechter bij beschikking van 27 oktober 2017 [verzoeker] niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek en hem in de proceskosten veroordeeld. Naar het oordeel van de kantonrechter is het verzoek niet binnen de ingevolge art. 5:130 lid 2 BW geldende termijn ingediend (rov. 4.2). Verder – ‘geheel terzijde’ – heeft de kantonrechter overwogen dat het verzoek van [verzoeker] is gebaseerd op art. 2:14 BW, zodat, indien [verzoeker] ontvankelijk zou zijn in het verzoek, de kantonrechter niet bevoegd zou zijn daarvan kennis te nemen (rov. 4.3).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4ac93bd28a1423c92c2e6fd9a1145529bc894fb5955a8a6e2fd12cf8d0b59bc5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4ac93bd28a1423c92c2e6fd9a1145529bc894fb5955a8a6e2fd12cf8d0b59bc5, en de alinea staat in dat document op bytes 22943 tot 23624.