Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 december 2020
Onder 2.27 Parket bij de Hoge Raad 18 december 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 december 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1202.
Volledigheidshalve ga ik nog in op hetgeen in voetnoot 25 van het cassatierekest is aangevoerd ter nadere onderbouwing van de klachten, te weten dat de strandexploitant door de beslissing in appel slechter af zou zijn dan de compagnon, die in eerste aanleg als medegedaagde in conventie is veroordeeld om te ‘gehengen en gedogen’ dat de huurovereenkomst met het watersportbedrijf wordt aangegaan, en die niet in appel is gekomen. Dit betoog kan de strandexploitant niet baten. De compagnon is in dit geding geen partij. Of de strandexploitant door de veroordeling in appel slechter af is dan de compagnon, kan in cassatie niet worden vastgesteld. Hoe dan ook is de positie van de compagnon verschillend van die van de strandexploitant. Een passieve verplichting tot het gedogen van een overeenkomst (waartoe de compagnon in eerste aanleg onder meer is veroordeeld) is naar haar aard minder bezwarend dan een actieve verplichting tot het aangaan van een overeenkomst (waartoe de strandexploitant in eerste aanleg is veroordeeld), respectievelijk tot vergoeding van het positief contractsbelang (waartoe de strandexploitant in hoger beroep is veroordeeld).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0dea9331002bf1275d6fdb95063b11933b791bced39c4723584ddbf91914faa2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0dea9331002bf1275d6fdb95063b11933b791bced39c4723584ddbf91914faa2, en de alinea staat in dat document op bytes 64199 tot 65435.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0dea9331002bf1275d6fdb95063b11933b791bced39c4723584ddbf91914faa2 | shasum -a 256