Citaat | Parket bij de Hoge Raad 18 december 2020
Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 18 december 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 18 december 2020, ECLI:NL:PHR:2020:1202.
Schadevergoeding in natura moet blijkens de wetsgeschiedenis worden onderscheiden van de reële executie van een veroordeling tot nakoming (art. 3:296 en 3:299 e.v. BW; vgl. de gelijkluidende art. 3:296 en 3:299 BWC). Het principiële – in de praktijk niet altijd gemakkelijk te maken – onderscheid schuilt hierin, dat bij reële executie ‘geen vergoeding van schade’ plaatsvindt. Schadevergoeding in natura is dus in de systematiek van het BW een equivalent van schadevergoeding in geld: de aansprakelijke die de schade (daartoe op vordering van de benadeelde bevolen) ‘in natura’ vergoedt, vergoedt niet meer of minder dan de schade die hij normaliter in geld zou moeten vergoeden. Ook in de rechtspraak van de Hoge Raad die dateert van vóór de invoering van art. 6:103 BW, waarin reeds de mogelijkheid was aanvaard van schadevergoeding in natura, is overwogen dat deze mogelijkheid ertoe strekt ‘de aangebrachte schade weg te nemen’.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0dea9331002bf1275d6fdb95063b11933b791bced39c4723584ddbf91914faa2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0dea9331002bf1275d6fdb95063b11933b791bced39c4723584ddbf91914faa2, en de alinea staat in dat document op bytes 43595 tot 44818.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0dea9331002bf1275d6fdb95063b11933b791bced39c4723584ddbf91914faa2 | shasum -a 256